Alleenstaande, gezin, en gezamenlijke huishouding

 Wanneer er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt voor de vaststelling van het recht op bijstand tevens gekeken naar het inkomen van de partner. Dit kan tot gevolg hebben dat de bijstandsuitkering wordt geweigerd of dat er een veel lager bedrag per persoon wordt toegekend. 

Alleenstaande

In de Wet Werk en Bijstand wordt onder alleenstaande verstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien erbij een een van de bloedverwanten sprake is van zorgbehoefte (art. 4 lid 1 sub a Wwb).

> Meer informatie alleenstaande 

Alleenstaande ouder

In de Wet Werk en Bijstand wordt oner een alleenstaande ouder verstaan:
de ongehuwde die
1) de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen; en
2) geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien erbij een een van de bloedverwanten sprake is van zorgbehoefte (art. 4 lid 1 sub b Wwv)

> Meer informatie alleenstaande ouder

 Gezamenlijke huishouding

Van een gezamenlijke huishouding is sprake wanneer voldaan is aan de volgende criteria:
1. twee of meer personen
2. die hoofdverblijf hebben in dezelfde woning
3. en die blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins

> Meer informatie gezamenlijke huishouding

 

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn